Oecumenische Basisgemeente Apeldoorn



Hopen op een God die komende is

5 december 2010

Welkom en Inleiding

Goede morgen allemaal, heel hartelijk welkom.

In het kader van het jaarthema Vonken van Hoop is het thema van de viering vandaag: Hoop en Verwachting

Het is vandaag voor veel mensen een dag vol van verwachting. Het is 5 december “vol verwachting klopt ons hart”.

Het is vandaag ook de 2e adventszondag. Advent betekent komst. We hopen op een God die komende is. We zien uit naar het licht van kerstmis. We steken nu de 2e adventskaars aan, elke zondag komt er eentje bij.

We lezen vandaag uit Jesaja 40 uit “Het verhaal gaat” deel 4 van Nico ter Linden. Het verhaal gaat over mensen in ballingschap. Mensen die verkeren in een politiek moeilijk klimaat. Het was toen niet veel anders dan nu.

Hoe kun je leven met eenzaamheid en verdriet. Hoe houd je het vol als je leven verwoest wordt door geweld of als je ernstig ziek bent?
Waar vind je dan nog hoop? Wat betekent je bestaan als je buiten gesloten wordt of vervolgd?
Troost, troost mijn volk, zegt God in Jesaja 40 vers 1. Het zijn woorden die ons ook in deze tijd kunnen bemoedigen.

Lied: naar Jesaja 64,1  adventslied: Scheur toch de wolken ....

Mededelingen en collecte

Het thema van de Amnesty 10 decemberactie van 2010 is:

Brand een kaars in december.
 

Dit jaar, op en rond 10 december, maken in het hele land Amnesty-vrijwilligers de mensenrechten zichtbaar….met Amnesty-kaarsen.
Door een kaars te kopen kun je laten zien dat je de mensenrechten belangrijk vindt en Amnesty steunt. De kaars met prikkeldraad is het symbool van Amnesty, waarbij het prikkeldraad staat voor gevangenschap en de kaars de hoop en het leven symboliseert.

De kaars staat centraal tijdens de actie rond 10 december, de Internationale Dag van de Rechten van de Mens.

Tevens vraagt Amnesty ook jullie aandacht voor Su Su Nway (38) uit Myanmar (Birma). Ze hing een spandoek op om te protesteren tegen haar regering. Samen met tienduizenden monniken en burgers protesteerde ze in 2007 tegen de hoge kosten voor levensonderhoud. Daarna werd ze opgepakt en beschuldigd van landverraad. Su Su Nway kreeg achtenhalf jaar gevangenisstraf. Deze informatie vind je op het kaartje dat je bij het kaarsje krijgt.

 
Collecte Solidaridad

Verkade en De Ruijter gaan hun producten bereiden met ”eerlijke”cacao. Het is een teken van hoop dat deze bedrijven laten zien, dat eerlijke handel mogelijk is. Solidaridád werkt sinds 2008 aan het verduurzamen van de cacaoproductie.

Met lokale partners worden cacaoboeren getraind in beter bodembeheer.Daardoor oogsten de boeren meer en betere cacao bij lagere kosten. Zo krijgen ze een hoger inkomen.Daarmee kunnen ze niet alleen zichzelf en hun gezinnen onderhouden, maar ook geld vrijmaken voor een betere cacaoteelt en onderwijs voor hun kinderen.

Traditioneel in de adventstijd collecteert Solidaridad. Het gaat deze keer om de duurzame cacaoteelt o.a. aan de Ivoorkust.

Lied: naar Deuteronomium 30 Het woord dat ik jou geef ....

1e Lezing: Jesaja 40, 1-11 De nieuwe uittocht (1)

"Troost mijn volk, gij hemelingen, troost mijn volk,
spreek tot het hart van Jeruzalem,
roep haar toe dat haar lijdenstijd volbracht is,
de ballingschap voorbij, de schuld vereffend.
Troost mijn volk, het heeft genoeg geboet.”

“Baan een weg door de woestijn”
- zo roepen de hemelingen elkaar toe-
”effen een pad door de steppe
voor de Heer onze God.
Ieder dal worde verhoogd,
iedere heuvel geslecht,
iedere kromming rechtgetrokken,
de steilten worden tot glooiing.
De heerlijkheid van de Heer zal zich openbaren,
de gehele mensheid zal zien
dat de mond van de Heer heeft gesproken.”

“Wilt gij werkelijk, Heer , dat ik roep?
Wat zal ik roepen? Alle vlees is als gras,
de kracht van een mens is als een bloem op het veld,
het gras verdort, de bloem verwelkt
wanneer uw adem eroverheen blaast -
wat zal ik dan in’s hemelsnaam roepen?”

“Het is waar, het volk is als gras,
het gras verdort, de bloem verwelkt,
maar het woord van onze God staat recht overeind,
de eeuwen door.”

”Klim op een hoge berg, Jeruzalem,
verhef uw stem met kracht, o Sion,
verhef uw stem, vrees niet.
Zeg tot de steden van Juda: Zie, hier is uw God!
Zie, de Here God komt met kracht,
hij heerst met vaste hand.
Als een herder weidt hij zijn kudde,
lammeren koestert hij in zijn armen,
hij draagt ze aan zijn borst,
de zogenden omringt hij met zijn zorgen.”

Lied : Als God ons thuisbreng ....

2e Lezing Jesaja 40, 27-31 De nieuwe uittocht (2)

“Waarom, o Israël, waarom
hoor ik jullie dan klagen?
Waarom zeg je:”De Heer bekommert zich niet om ons,
de Heer gaat aan ons lot voorbij?”
Nog weet je het niet,
nog heb je het niet gehoord?
Schepper van de uithoeken der aarde is onze God,
en dus ook Heer over het hier en nu.
Hij wordt niet moede, hij wordt niet mat,
de Heer , hij is niet te doorgronden.
Wie aan het eind is geeft hij kracht,
de machteloze maakt hij sterk.
De bloem van Babel is uitgeblust,
zijn krijgers leggen het loodje,
maar wie hopen op de Heer,
zij vernieuwen hun kracht,
zij heffen hun wieken als een adelaar,
zij lopen maar worden niet moe,
zij wandelen en worden niet mat.”

Muziek : Largo (uit De Nieuwe Wereld)

Overweging (1) God bestaat als degene die komt.

Advent betekent komst en staat in de liturgische traditie in verband met de komst van God in Jezus en diens geboorte in Bethlehem.
Nu moeten wij oppassen de betekenis van dat woord daartoe te beperken. Het woord komt van Adventus, dat in de latijnse vertaling van de bijbel zeventien maal voorkomt in de betekenis van Gods komst aan het einde der tijden. Daarvan is Jezus’ komst, die gevierd wordt met Kerstmis, een voorbode, een belofte, een begin.
Zo klinkt Advent ook door in het latijnse Onze Vader: Adveniat regnum tuum: uw koninkrijk kóme, zoals we dat aan het einde van deze viering ook weer zullen zingen.

Daaruit blijkt al dat ook voor Jezus, die ons zo leerde bidden, het karwei niet af zou zijn met zijn terugkeer naar de Vader (1 Korintiërs 15, 24-28).
God bestaat als de kómende. De Eeuwige is altijd degene die komt, en wel op een tijdstip waarop je het niet verwacht (Matteüs 24,44 par.)
We kunnen dan ook niet anders bidden dan met de geladen laatste woorden uit het laatste bijbelboek die als een echo doorklinken tot in onze tijd: Kom Heer Jezus (Openbaring 22,20).

Paulus kon dan ook schrijven: Het is in hóóp dat wij worden gered, dat wil zeggen: zonder het gehoopte te kunnen bekijken. Dat is eigen aan de hoop. En hij voegt eraan toe: (dan) moeten we in volharding afwachten (Romeinen 8,24-25).
Het is het feitelijke leven dat ons dan rest, waar we het mee moeten doen. Maar daarin gaat de kiem schuil van het volle leven, zoals de vrucht verborgen is in de graankorrel die valt in de aarde (Johannes 12,24; 1 Korintiërs 15,36-37))..

Zo hoorden we het al bij monde van (de tweede) Jesaja:
Wie hopen op de Eeuwige,
zij vernieuwen hun kracht,
zij heffen hun wieken als een adelaar,
zij lopen maar worden niet moe,
zij wandelen en worden niet mat.
Theologie is dan zoiets als ‘praten onderweg’, in de woorden van een Amerikaans theoloog: talk as we walk (Paul van Buren).
Het doel is al aanwézig in wat er onderwég naar dit doel gebeurt (Erik Borgman).

Zo is op een verborgen wijze redding al aanwezig in de hoop, in de niet aflatende roep om God - denk aan Jezus` laatste gebed, zijn wanhopige schreeuw vanaf het kruis, met de woorden van psalm 22: Mijn God, mijn God, waarom heb je mij verlaten, ver van mijn bevrijding, ver van de woorden die ik brul? (Matteüs 27,46; Psalm 22,2) – ook van déze smartelijke uitroep gaat de echo tot in onze dagen over de wereld: uit de mond van vertwijfelde mensen. God is niet op afroep beschikbaar.

Wat gebeurt hier? In alle uitzichtloosheid en verlatenheid blíjft Jezus in gesprek met zijn God, al is het ook in de vorm van deze hartverscheurende klacht. Dát is hoop. Hij maakt van zijn hart geen moordkuil, maar hij lucht het met bijbelse vrijmoedigheid bij de Eeuwige. Hij laat God niet los, zoals God hém óók niet loslaat, ook niet in de dood.

De verbinding wordt niet verbroken, maar er blijft een opening naar Gods toe-kómst, kome wat komt …

Lied: (naar psalm 13, canon) Dan nog ...

Overweging (2) Hoop en verwachting, maar hoe?

In de eerste overweging hoorden we  “Het is het feitelijke leven dat ons dan rest, waar we het mee moeten doen”.
En de overweging eindigde met ” De verbinding wordt niet verbroken, maar er blijft een opening naar de toe-komst die van God is, kome wat komt……”

Maar in het dagelijkse leven valt dat soms niet te begrijpen in de dingen die je om je heen ziet of die je zelf treffen.

Laatst bezocht ik in de Fundatie te Zwolle de tentoonstelling van Jeroen Krabbé : De Ondergang van Abraham Reiss, de in 9 schilderijen uitgebeelde levenstadia van zijn grootvader.

Van onbezorgd geluk, het naderen van de crisis en deportatie naar Westerbork en Sobibor tot het afgrijselijke en onafwendbare einde.
In de laatste schilderijen zie je het niet begrijpen overgaan in ontmoediging en daarna het berusten. Het voorlaatste schilderij laat Abraham zien naakt met de armen wijd gespreid vlak voordat hij afgevoerd zou worden. Het spreekt van overgave. Dit beeld zie je ook bij Jezus aan het kruis.

Is het dan niet dat de hoop, die je zo lang mogelijk probeert vast te houden omslaat in wanhoop? Waar blijft de hulp? Er is geen redding. Het is onomkeerbaar zoals bij Abraham Reiss.
Het zien van die schilderijen heeft diepe indruk op mij gemaakt en maakte voor mij ook duidelijk dat er soms geen hoop en verwachting meer is. Hoe dan verder?

Evenzo als je hoort, dat bij een neefje van 2 jaar een ernstige vorm van kanker wordt geconstateerd. De hoop van de ouders is omgeslagen in volstrekte wanhoop en paniek en niet bevatten. Wat is nog de verwachting, is er nog een kleine kans om het leven nog even te verlengen?
Hoe moeten ze verder? Waar blijft je geloof in God?
Zo zijn er voor een ieder wel voorbeelden te bedenken.

Is het niet dat de wanhoop eerst omgezet dient te worden in acceptatie om daarna voorzichtig weer een beetje hoop en verwachting te krijgen voor het leven?
Of is hoop wat ons doet doorgaan als er niet zo verschrikkelijk veel redenen zijn om aan te nemen dat het nog goed komt.
Het is net als de graankorrel die valt in de aarde, ogenschijnlijk dood en nog niet wetend of er weer nieuw leven uit onstaat. Het is afwachten.
Hoop en verwachting is niet altijd vanzelfsprekend, maar we moeten het wel proberen in dit leven. Hier en nu en in de toekomst.

Hierbij denk ik ook (vaak) aan Amnesty, dat zich inzet voor gevangenen en mensenrechten.
10 december is weer de schrijfavond, waar geschreven wordt voor gevangenen.
Door te schrijven geef je hen ook weer een beetje meer hoop op vrijheid of strafvermindering of niet meer gemarteld worden. De praktijk wijst uit dat het helpt.
Door er te zijn voor anderen die het nodig hebben geef je hen hoop dat ze het leven weer aankunnen.
Je kunt het ook symbolisch doen door een Amnesty-kaars aan te steken, zoals ik eerder al aangaf.

Dat wij elkaar ( zoals we hier zitten) blijven inspireren de hoop en verwachting levend te houden.

Stilte

Lied: Zijn alsof niet (Soms even)

Gedicht (van Charles Péguy, gesneuveld aan de Marne in 1914)

Geloof en liefde zijn als vrouwen
Hoop is een heel klein meisje van niks.
Zij stapt op tussen de twee vrouwen
en iedereen denkt: die vrouwen houen
haar bij de hand,
die wijzen de weg.

Maar daarvan heb ik meer verstand,
zegt God, ik zeg:
het is dat kleine meisje hoop
dat al wat tussen mensen leeft
en al hun heen en weer geloop
licht en richting geeft.

Want het is dat kleine meisje hoop
- je ziet het zwak zijn, bang zijn, beven,
je denkt soms dat het zo onooglijk is-
het is dat kleine meisje hoop
dat mensen zien laat, zien soms even,
wat in het leven mogelijk is.

Het geloof, zegt God, waar ik het meest van hou,
de liefde waar ik het meest van hou, is de hoop.
Geloof, dat verwondert me niet.
Liefde, dat is geen wonder.
Maar de hoop, dat is bijna niet te geloven.
Ikzelf zegt God, ik ben ervan ondersteboven.

Lied: Onze Vader verborgen

Zegenbede

Onuitsprekelijke
die God wordt genoemd
wij gooien biddend
en zingend
onze kleine taal
de hoogte in
en weten bij voorbaat al,
dat al onze woorden
weer terugvallen op ons
die ze naar U
hebben uitgesproken.

Maar als ze dan terugkeren
van U,
laat ze dan door U gezegend zijn,
zoals een malse bui
de grond opnieuw doet
ademen,
de aarde mild
en vruchtbaar maakt
de rivieren opnieuw
doet uitstromen
naar de grote
blijvende zee.

De afbeeldingen komen uit:
1e Roepingsvisioen van Jesaja uit Print bijbel AD 1698 (voorpagina)
2e Uit Woord voor Woord (bladzijde 8 en 11)
3e De profeet Jesaja; fresco van Michelangelo Buonarroti (1475-1564) Sixtijnse kapel, Vaticaanstad ( 4 )

Lezingen: Jesaja uit “Het Verhaal gaat”, deel 4 van Nico ter Linde.

Zegenbede uit “Verhalen voor de zevende dag”

Muziek gebruikt tijdens de viering is van de componist Antoni Dvorak ( uit De Nieuwe Wereld

Mocht deze publicatie in strijd zijn met een eventueel copyright dan verzoeken wij u daarover contact met ons op te nemen.


Home

Bijgewerkt: 10 december 2010